Behandelingen

Diverse mogelijkheden

Effectieve en vroegtijdige behandeling1 van acute pijn is van groot belang om te voorkomen dat de pijn chronisch wordt. Als pijn gedurende een langere periode on(der)behandeld blijft, kunnen veranderingen in het zenuwstelsel optreden, waardoor de pijn kan aanhouden nadat het letsel genezen is. Dit verschijnsel noemt men ‘pijngeheugen’.

Behandeling van pijn met geneesmiddelen omvat een breed scala aan mogelijke pijnstillers die afhankelijk van de ernst van de pijn kunnen worden ingezet. Voor de behandeling van milde pijn worden zogenaamde niet-opioïde pijnstillers gebruikt. Deze middelen worden ook wel ‘perifeer-werkende pijnstillers (analgetica)’ genoemd, aangezien ze voornamelijk buiten het centrale zenuwstelsel werken. Bij ernstigere pijn kunnen opioïden worden toegepast, die ook wel bekend zijn onder de naam ‘centraal werkende pijnstillers’ (CAA, centrally acting analgesics) omdat ze vooral een centraal effect hebben (in de hersenen of het ruggenmerg). Op basis van de toedieningsvorm kan onderscheid worden gemaakt tussen zogenaamde systemische en plaatselijke behandelingen. Een systemische behandeling wordt via de mond ingenomen of per injectie/infuus toegediend, terwijl een plaatselijke (topische) behandeling rechtstreeks in of op het pijnlijke gebied wordt aangebracht. Een voorbeeld hiervan is een pleister of een locale injectie.2 Bovendien worden in voorkomende gevallen zogenaamde co-analgetica gebruikt. Co-analgetica zijn geneesmiddelen die oorspronkelijk voor een ander doel dan pijnbestrijding zijn ontwikkeld, maar die enig pijnstillend effect hebben. Een voorbeeld hiervan is antidepressiva.

Daarnaast kunnen niet-farmacologische benaderingen, zoals transcutane elektrische zenuwstimulatie (TENS), acupunctuur of hypnose, de pijnbestrijding ondersteunen.

WHO-richtlijn voor pijnbestrijding

Als leiddraad voor het juiste gebruik van pijnstillers heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de zogenaamde ‘pijnbestrijdingsladder’ ontwikkeld. Deze is oorspronkelijk ontwikkeld voor pijnbestrijding bij kanker, maar wordt nu wijd en zijd gebruikt voor de behandeling van chronische pijn. De leiddraad adviseert de stapsgewijze toepassing van steeds sterker werkende pijnstillers op basis van de ernst van de pijn van de patiënt:

WHO Pijnbestrijdingsladder WHO pijnbestrijdingsladder

Neem als u matige tot ernstige pijn hebt contact op met uw arts.

¹ Jensen TS, Gottrup H, Sindrup SH, Bach FW: The clinical picture of neuropathic pain.
   European Journal of pharmacology, 2001; 429: 1-1
² Jensen TS, Baron R: Translation of symptoms and signs into mechanisms in neuropathic
  Pain. Pain, 2003; 102: 1-8
³ Woolfe CJ: Dissecting out mechanisms responsible for peripheral neuropathic pain:
  Implications for diagnosis and therapy. Life Sciences, 2004; 74: 2605-2610.