Behandeling

Verminderen van de pijn

Chronische pijn vermindert de kwaliteit van leven van de patiënt aanzienlijk. Daarom moet bij chronisch pijn het behandeldoel zijn om de pijn te onderdrukken of, waar mogelijk, de behandeling zo vroeg te starten dat de ontwikkeling van een zogenaamd "pijngeheugen" wordt voorkomen. "Pijngeheugen" is het verschijnsel dat pijn blijft voortbestaan hoewel het letsel al genezen is.

Vanwege de complexiteit vereist chronische pijn verschillende, elkaar aanvullende, benaderingen zoals lichamelijke en psychologische behandeling, maar ook behandeling met geneesmiddelen. Behandeling van pijn met geneesmiddelen omvat een breed scala aan mogelijke pijnstillers die afhankelijk van de ernst van de pijn kunnen worden ingezet. Voor de behandeling van milde pijn worden vooral pijnstillers gebruikt die buiten het centrale zenuwstelsel werken. Dit worden ook wel ‘niet-opioïde’ of ‘perifeer-werkende’ pijnstillers (of analgetica) genoemd. Bij ernstigere pijn kunnen opioïden worden toegepast, die ook wel bekend zijn onder de naam ‘centraal werkende pijnstillers’ (CAA, centrally acting analgesics) omdat ze voornamelijk via het centrale zenuwstelsel werken (in de hersenen of het ruggenmerg). Bovendien worden in voorkomende gevallen zogenaamde co-analgetica gebruikt. Co-analgetica zijn geneesmiddelen die oorspronkelijk voor een ander doel dan pijnbestrijding zijn ontwikkeld, maar die enig pijnstillend effect hebben. Een voorbeeld hiervan zijn antidepressiva.

Daarnaast kunnen niet-farmacologische benaderingen, zoals transcutane elektrische zenuwstimulatie (TENS), acupunctuur of hypnose, de pijnbestrijding ondersteunen.