Chronische pijn

Wat is chronische pijn?

Chronische pijn is pijn die langer dan 3 maanden aanhoudt of terugkeert (gaat weg en verschijnt).¹ Het kan bestaan nadat een verwonding of ziekte is genezen en heeft vaak geen nuttige functie.² De pijn wordt veroorzaakt doordat de zenuwen een verkeerd signaal geven aan de hersenen. De hersenen registreren pijn, terwijl in werkelijkheid de oorspronkelijke oorzaak van de pijn niet meer aanwezig is.

Chronische pijn kan in een of meer delen van het lichaam voorkomen en kan aanzienlijke emotionele stress veroorzaken en/of de dagelijkse activiteiten verstoren.¹ Er zijn verschillende soorten chronische pijn:³

  • pijn veroorzaakt door een verwonding aan het lichaam (bekend als nociceptieve pijn)
  • pijn veroorzaakt door zenuwbeschadiging (bekend als neuropathische pijn)
  • pijn veroorzaakt door een verhoogde respons op een stimulus in vergelijking met wat normaal zou worden gevoeld (bekend als nociplastische pijn)
  • gemengde pijn (een combinatie van een of alle van de bovenstaande)

Wat veroorzaakt chronische pijn?

Chronische pijn kan door veel verschillende factoren worden veroorzaakt. Aandoeningen die gepaard gaan met veroudering beïnvloeden vaak botten en gewrichten op manieren die chronische pijn veroorzaken (bijvoorbeeld artrose). Andere veelvoorkomende oorzaken zijn zenuwbeschadiging (die neuropathische pijn kunnen veroorzaken) en verwondingen die niet goed genezen. Om de zaken ingewikkelder te maken, hebben sommige soorten chronische pijn verschillende oorzaken.¹

Veel chronische ziekten of infecties kunnen ook chronische pijn veroorzaken. Deze omvatten reumatoïde artritis, diabetes, kanker, multiple sclerose, fibromyalgie, migraine, prikkelbare darmsyndroom, gordelroos en infectie met het humaan immunodeficiëntievirus (HIV).¹⁴ In veel gevallen kan de bron van chronische pijn echter zeer complex zijn en niet identificeerbaar zijn.¹ Hoewel het kan beginnen met een verwonding of ziekte, blijven chronische pijn en de psychologische belasting ervan voortduren, zelfs nadat het oorspronkelijke fysieke probleem is genezen.⁵

Wat zijn symptomen van chronische pijn?

Mensen met chronische pijn beschrijven het op veel verschillende manieren, zoals 'zeer doen', 'branden', 'schieten', 'knijpen', 'stijfheid', 'steken' of 'kloppen'.

Chronische pijn kan vaak leiden tot andere symptomen/problemen, waaronder angst, depressie, vermoeidheid (meestal overdreven moe), slapeloosheid (moeite om in slaap te vallen) of stemmingswisselingen.⁶ ⁷

Naast een impact op iemands mentale gezondheid, kan chronische pijn fysieke activiteit verminderen en invaliditeit veroorzaken.⁵ Mensen die lijden aan chronische pijn kunnen soms minder of niet meer werken of sociale interacties missen als gevolg van de symptomen.⁸ ⁹ Chronische pijn kan ook invloed hebben op familieleden, die zorgtaken op zich kunnen nemen en betrokken raken bij de besluitvorming over medische behandeling.⁹

Hoe wordt chronische pijn gediagnosticeerd?

Een juiste en vroegtijdige diagnose is cruciaal om een gepaste behandeling te vinden dat de chronische pijnsymptomen kunnen verlichten. Het is daarom belangrijk dat mensen hun symptomen zo gedetailleerd mogelijk beschrijven aan hun arts om de feitelijke oorzaak van de chronische pijnaandoening te kunnen identificeren.¹⁰ Een grondige beoordeling van iemands gezondheid, inclusief medische geschiedenis, een lichamelijk onderzoek en emotionele/ psychologische status, is essentieel om de pijn van een individu nauwkeurig te kunnen beoordelen. Een arts kan ook vragen stellen over pijnintensiteit (met behulp van een pijnschaal), duur, frequentie en andere observaties in het dagelijks leven.¹¹

 

Referenties

 

1 Treede RD. et al. Pain. 2019; 160: 19–27.
2 Orr PM. et al. Crit Care Nurs Clin North Am. 2017; 29:407–18.
3 Clauw DJ. et al. Postgrad Med. 2019; 131: 185–98.
4 Parker R. et al. J Int AIDS Soc. 2014; 17:18719.
5 Dueñas M. et al. J Pain Res. 2016; 9:457–67.
6 Hüllemann P. et al. Pain Pract. 2018; 18:1011–23.
7 Colloca L. et al. Nat Rev Dis Primers. 2017; 3:17002.
8 Breivik H. et al. BMC Public Health. 2013; 13:1229.
9 Morlion B. en Freynhagen R. Hospital Pharm Eur. 2019; 1–12.
10 Morlion B. et al. Curr Med Res Opin. 2018; 34:1169–78.
11 Kress HG. et al. Curr Med Res Opin. 2015; 31:1743–54.